Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2014

Onder 4.11 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:228.

De door u in r.o. 4.1.4 en 4.2.3 genoemde uitspraak van de Afdeling bestuurs-rechtspraak van de Raad van State (ABRvS) betrof de bevoegdheid van de kantonrechter ter zake van een dwangsombeschikking. Ook in die zaak vorderde de belanghebbende een dwangsom ex art. 4:17 Awb wegens niet-tijdig beslissen op een aanvraag, zulks in het kader van een aan hem op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeers-voorschriften (Wahv) opgelegde boete. Tegen die boete staat ingevolge de Wahv beroep open bij de kantonrechter. De belanghebbende had daarom ook tegen de (afwijzende) dwangsombeschikking beroep ingesteld bij de kantonrechter. De kantonrechter verklaarde zich echter onbevoegd ter zake van de dwangsombeschikking. De ABRvS overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de3b70e7d59cd61a7d01323150456b64c6993db4e68441f69f70e7b5cbfc9c2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de3b70e7d59cd61a7d01323150456b64c6993db4e68441f69f70e7b5cbfc9c2a, en de alinea staat in dat document op bytes 49224 tot 50053.