Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2014
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2297.
8. Nu het hof in het midden heeft gelaten wie de ringen in de sporttas heeft gestopt is het oordeel van het hof dat de verdachte wetenschap moet hebben gehad van de aanwezigheid van de ringen in de sporttas niet zonder meer begrijpelijk. Daarbij neem ik in aanmerking dat de leegstaande woning waar de tas met de ringen is aangetroffen niet was afgesloten, dat blijkens de anonieme melding meerdere personen in de woning aanwezig zouden zijn en voorts dat de periode tussen het moment waarop de tas voor het laatst aantoonbaar door de verdachte is gebruikt en het moment waarop de ringen zijn aangetroffen bijna twee weken bedroeg. Aldus laat de bewijsconstructie in een te ruime mate de mogelijkheid open dat de ringen door een ander dan de verdachte in de tas zijn gestopt nadat de verdachte de sporttas voor het laatst in gebruik had. De bewezenverklaring is derhalve ontoereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8eec8aedb7f3488627d976034c3a19e71bee7ade09e3e7fc189089d235e7f7ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8eec8aedb7f3488627d976034c3a19e71bee7ade09e3e7fc189089d235e7f7ca, en de alinea staat in dat document op bytes 16422 tot 17333.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8eec8aedb7f3488627d976034c3a19e71bee7ade09e3e7fc189089d235e7f7ca | shasum -a 256