Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2014

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2297.

“De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte van het onder 1 tenlastegelegde vrijgesproken dient te worden. Daartoe heeft zij aangevoerd dat het binnentreden in de woning en de daarop volgende doorzoeking en inbeslagname onrechtmatig zijn geweest. Na de anonieme melding dat in een leegstaande woning personen aanwezig zouden zijn heeft men ter plaatse geen verdachte omstandigheden aangetroffen. Er was geen sprake van een hulpbehoevende situatie of een situatie waarin ernstig of onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen dreigde. Voor het binnentreden van de woning was dan ook een schriftelijke machtiging vereist. Nu die machtiging ontbrak, is het binnentreden onrechtmatig geschied. Ook voor de doorzoeking was de vereiste machtiging niet aanwezig. Hierdoor is sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van strafvordering. Door deze handelwijze is een ernstige inbreuk gemaakt op de privacy en het huisrecht van verdachte en is zijn belang dermate geschonden dat dit moet leiden tot bewijsuitsluiting van de als gevolg van deze onrechtmatige opsporingshandelingen verkregen resultaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8eec8aedb7f3488627d976034c3a19e71bee7ade09e3e7fc189089d235e7f7ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8eec8aedb7f3488627d976034c3a19e71bee7ade09e3e7fc189089d235e7f7ca, en de alinea staat in dat document op bytes 17876 tot 19045.