Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2014

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2297.

Het feit dat de politieagenten in hun proces-verbaal van bevindingen hebben gerelateerd dat zij vervolgens de gehele woning systematisch hebben afgezocht, wordt door het hof niet opgevat als ware dit een doorzoeking in het kader van het Wetboek van Strafvordering, maar kennelijk bedoeld om aan te geven dat zij per verdieping en vertrek hebben gekeken of zich daar geen personen bevonden. De politieagenten hebben, op basis van het destijds geldende artikel 2 van de Politiewet (thans art. 3), in het kader van de reguliere uitoefening van hun politietaak gehandeld. Op de bovenste verdieping werden enkele tassen met goederen aangetroffen alsmede een bijl. Teneinde de identiteit van de eigenaar van deze goederen te achterhalen werden de tassen onderworpen aan een vluchtig onderzoek. Daarbij zijn diverse spullen gevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8eec8aedb7f3488627d976034c3a19e71bee7ade09e3e7fc189089d235e7f7ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8eec8aedb7f3488627d976034c3a19e71bee7ade09e3e7fc189089d235e7f7ca, en de alinea staat in dat document op bytes 20324 tot 21163.