Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014
Onder 4.5. Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:232.
Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid in de zin van art. 175, tweede lid, WVW 1994, zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42297e22089d2c5065020749a11ab251d53b145caf9a68c12a79ff998a5a0534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42297e22089d2c5065020749a11ab251d53b145caf9a68c12a79ff998a5a0534, en de alinea staat in dat document op bytes 25271 tot 25706.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42297e22089d2c5065020749a11ab251d53b145caf9a68c12a79ff998a5a0534 | shasum -a 256