Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014
Onder 10.4 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2349.
In HR NJ 1994/375 vatte u de regel uit HR NJ 1984/297 samen als “[d]e regel dat, afgezien van bijzondere wettelijke regelingen, in beginsel alleen natuurlijke personen en rechtspersonen als partij in een burgerlijk geding kunnen optreden”. De wet kan afwijken van het uitgangspunt dat alleen natuurlijke personen en rechtspersonen kunnen optreden. Zo bepaalt art. 3(2) Invorderingswet 1990 dat de ontvanger (een bestuursorgaan zonder rechtspersoonlijkheid) in alle rechtsgedingen voortvloeiende uit zijn taak als zodanig in rechte optreedt; zelfstandig eisend en verwerend dus. Een civielrechtelijk voorbeeld is art. 26 Wet op de ondernemingsraden: de ondernemingsraad kan bij de ondernemingskamer van het Hof Amsterdam beroep instellen tegen bepaalde besluiten van de ondernemer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88cf50b13bbbe537226c5197e8a3c449f94f82504010a7b3a2edc47f7e47ce94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88cf50b13bbbe537226c5197e8a3c449f94f82504010a7b3a2edc47f7e47ce94, en de alinea staat in dat document op bytes 196743 tot 197639.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/88cf50b13bbbe537226c5197e8a3c449f94f82504010a7b3a2edc47f7e47ce94 | shasum -a 256