Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2014

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:242.

“8.4.6. De getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] hebben alle drie met stelligheid verklaard dat de waarschuwingsborden op dinsdag 28 oktober 2008, naar aanleiding van een melding van [getuige 3] die die dag zelf op de fietsbrug was gevallen, door [getuige 3] zijn vervaardigd en die dag rond 08.30 uur door [getuige 2] bij de fietsbrug zijn geplaatst. Weliswaar zegt [getuige 3] dat hij die datum ontleent aan de getuigenverklaringen van zijn collega's, maar hij verklaart ook dat hij gevallen is op de dag vóórdat [eiseres] viel ("één geval met ernstig letsel"). Hun verklaringen worden in lichte mate ondersteund door de overgelegde werkbriefjes. De omstandigheid dat deze drie getuigen alle drie in dienst zijn van de gemeente is door het hof in aanmerking genomen, maar brengt naar het oordeel van het hof niet mee dat geen of minder acht zou moeten worden geslagen op deze verklaringen, temeer niet nu het drie getuigen betreft van wie de verklaringen geen tegenstrijdigheden bevatten. De verklaringen van [getuige 4], [getuige 5] en [eiseres] zelf dat zij de borden pas na de renovatie van de brug en niet op woensdag 29 oktober 2008 hebben gezien doen daar naar het oordeel van het hof onvoldoende aan af. Hoewel de borden, zoals het hof in het tussenarrest heeft overwogen, een duidelijke waarschuwing bevatten, zich dichtbij de brug bevonden en op ooghoogte waren geplaatst, zodat ze voor een normaal oplettende fietser goed waarneembaar waren, kan het voorkomen dat een fietser die dagelijks dezelfde route fietst, toch een dergelijk bord over het hoofd ziet omdat hij door de routine niet meer voldoende attent is op waarschuwingsborden op zijn route. Dat brengt echter niet mee dat het waarschuwingsbord niet kan worden beschouwd als een afdoende maatregel met het oog op bescherming tegen het gevaar van een gladde brug. Het hof oordeelt mitsdien dat de gemeente is geslaagd in haar bewijsopdracht, zodat grief IX voor zover daarin een beroep wordt gedaan op het tijdig geplaatst zijn van afdoende waarschuwingsborden, slaagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2e216e45431cf06ddb5f162c7dc4e37a24ecc336fb0b1874d123dae1f013577. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2e216e45431cf06ddb5f162c7dc4e37a24ecc336fb0b1874d123dae1f013577, en de alinea staat in dat document op bytes 14659 tot 16728.