Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2014

Onder 5.2 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:242.

Subonderdeel a vertolkt een motiveringsklacht. Volgens [eiseres] is het oordeel dat de brug niet gebrekkig is in de zin van art. 6:174 BW omdat de gemeente waarschuwingsborden heeft geplaatst zonder nadere toelichting, die evenwel ontbreekt, onbegrijpelijk. Ook andere omstandigheden dan deze getroffen veiligheidsmaatregel zijn van belang voor het oordeel of een opstal gebrekkig is, zoals de wijze waarop van de opstal gebruik wordt gemaakt. In het onderhavig geval heeft de Rechtbank aan het gebruik van de brug door de fietsers (het “schuin oprijden”) gewicht toegekend bij de toewijzing van de vordering, omdat de veiligheidstrips onder die omstandigheden onvoldoende effect hadden. Dat onderdeel van het oordeel van de Rechtbank is niet - althans niet in het kader van grief IX - bestreden, zodat het Hof die omstandigheid als vaststaand had moeten beschouwen, althans zich daarover in ieder geval een oordeel had moeten vormen. Dat heeft het Hof nagelaten. Niet valt in te zien dat deze omstandigheid onbesproken kon blijven, enkel en alleen omdat vaststond dat waarschuwingsborden waren geplaatst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2e216e45431cf06ddb5f162c7dc4e37a24ecc336fb0b1874d123dae1f013577. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2e216e45431cf06ddb5f162c7dc4e37a24ecc336fb0b1874d123dae1f013577, en de alinea staat in dat document op bytes 33197 tot 34364.