Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014
Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2483.
22. De vrouw bestrijdt de stellingen van de man. Ten aanzien van de vorderingen van de man op de vrouw is het aan de man om zijn stellingen te bewijzen, niet aan de vrouw om het tegendeel te bewijzen. Voorts heeft de man niet aangegeven hoe de door hem verzochte documenten zijn stellingen kunnen onderbouwen en wat hij met welk document precies wil bewijzen. De man dient in de eerste plaats zijn eigen bankafschriften over te leggen. Wat betreft het horen van [betrokkene 1] verwijst de vrouw naar hetgeen zij hierover in eerste aanleg heeft aangevoerd. Bovendien wijst de vrouw erop dat de man en [betrokkene 1] “partners” waren inzake de vals geld kwestie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0769069733da9a22ce89483c13303acfafdd3906a024a865422ae7b0000884b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0769069733da9a22ce89483c13303acfafdd3906a024a865422ae7b0000884b5, en de alinea staat in dat document op bytes 45338 tot 46015.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0769069733da9a22ce89483c13303acfafdd3906a024a865422ae7b0000884b5 | shasum -a 256