Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2014

Onder 4.21 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2573.

In het arrest BNB 2009/213c* kwam het inkomensbestanddeel niet op in een lidstaat van de Europese Unie, zodat belanghebbende geen bescherming kon ontlenen aan art. 49 EG (vrij verrichten van diensten). Belanghebbende had wel een beroep kunnen doen op art. 56 EG, omdat art. 56 ook geldt jegens derde landen (niet-lidstaten). Op art. 56 EG bestaan twee uitzonderingen. De eerste uitzondering (art. 57 EG) mist volgens mij toepassing, hoewel de verlengde navorderingstermijn van vóór 31 december 1993 dateert. Art. 57 heeft namelijk alleen betrekking op kapitaalverkeer in verband met 'directe investeringen - met inbegrip van investeringen in onroerende goederen -, vestiging, het verrichten van financiële diensten of de toelating van waardepapieren tot de kapitaalmarkten'. Het aanhouden van banktegoeden valt daar volgens mij niet onder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7e2c25876fd7730b6fe067ebb3adf3cfeba6d6450cd781cb898df622b3c3033. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7e2c25876fd7730b6fe067ebb3adf3cfeba6d6450cd781cb898df622b3c3033, en de alinea staat in dat document op bytes 53603 tot 54458.