Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014

Onder 4.3. Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:261.

Ik en mijn zus stonden beiden op en liepen naar de auto van [verdachte] om de autopapieren van mijn zus te pakken. Wij liepen beiden naar de linkerzijde van de auto van [verdachte]. [verdachte] zat op de bestuurdersstoel. Ik en mijn zus probeerden de papieren af te pakken. Ik en mijn zus hingen beiden tot ons middel in het raam van de bestuurder en wij probeerden zo de papieren te vinden in de auto. Toen mijn zus en ik tot ons middel in het raam hingen, startte [verdachte] de auto en reed hij weg. Doordat [verdachte] heel hard weg reed. vielen ik en mijn zus uit het raam van de auto. Ik viel op de grond, op mijn rug. Ik heb mijn lichaam op de grond gedraaid. Ik lag dicht bij de auto van [verdachte]. Ik hoorde dat de auto in zijn achteruit werd gezet en ineens uit het niets zag ik autobanden. Ik zag dat de autobanden recht op mij afkwamen en voelde dat de auto over mijn rechtervoet reed. Halverwege reed de auto over mijn linkervoet heen. Hierna reed de auto langs de rechterzijde van mijn lichaam, over mijn rechterhand en rechterarm.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8e84a2a6525ebefa8762265e3671c6d8ccee19ac2f97066feb8dec4d8aed4ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8e84a2a6525ebefa8762265e3671c6d8ccee19ac2f97066feb8dec4d8aed4ee, en de alinea staat in dat document op bytes 10125 tot 11185.