Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014

Onder 5.5. Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:261.

Krachtens art. 51g lid 1 Sv dient opgave van een vordering tot schadevergoeding in eerste aanleg plaats te vinden door middel van het indienen van een door de Minister van Veiligheid en Justitie vastgesteld voegingsformulier. De vraag is of het hier om een formaliteit gaat die de belangen van de verdachte beoogt te beschermen en waarop de verdachte zich derhalve kan beroepen. Mede gelet op het feit dat voeging ook nog ter terechtzitting kan geschieden, gaat het in elk geval niet om een erg zwaarwegend belang van de verdachte. De regeling lijkt vooral bedoeld om de benadeelde partij tegemoet te komen en daarnaast om een efficiënte afhandeling te bevorderen. Desalniettemin oordeelde de Hoge Raad in HR 13 april 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1377 dat voeging slechts kan geschieden op de bij de wet voorgeschreven wijze. Daarom werd de benadeelde partij, nu niet bleek dat zij zich in eerste aanleg op de juiste wijze had gevoegd, in hoger beroep op grond van art. 421 lid 1 Sv niet ontvankelijk verklaard. Het ging hier dus om de handhaving van de regel dat een benadeelde partij zich niet voor het eerst in hoger beroep kan voegen. Over de vraag of de rechter in eerste aanleg formalistisch moet opstellen als de benadeelde partij – zonder gebruik te maken van het formulier – schriftelijk laat weten zich met haar vordering in het strafgeding te willen voegen, zegt het arrest dus nog niet alles.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8e84a2a6525ebefa8762265e3671c6d8ccee19ac2f97066feb8dec4d8aed4ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8e84a2a6525ebefa8762265e3671c6d8ccee19ac2f97066feb8dec4d8aed4ee, en de alinea staat in dat document op bytes 25961 tot 27506.