Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014
Alinea 196 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2702.
30. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het hof, gelet op hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd, niet had mogen volstaan met een verwijzing naar het vonnis. Zowel ter terechtzitting in hoger beroep als nu in cassatie wordt, onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:1999:ZD1360, NJ 1999/451, m.nt. A.C. ’t Hart, betoogd dat nader had dienen te worden beslist en gemotiveerd welke van de deskundigen gelijk heeft. De steller van het middel gaat eraan voorbij dat de uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1360 voortvloeiende motiveringsplicht ziet op die gevallen waarin door de ene deskundige de betrouwbaarheid van de door de andere deskundige gehanteerde onderzoeksmethode is betwist. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Voor het overige geldt dat het in het door het hof bevestigde vonnis van de rechtbank – ook gelet op hetgeen in hoger beroep is aangevoerd – toereikend en niet onbegrijpelijk is gemotiveerd waarom van het door de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunt is afgeweken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82c2fa3ac2695a6f57ff326489445862994e2d6ec2f0638afe080e11d6db1a9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82c2fa3ac2695a6f57ff326489445862994e2d6ec2f0638afe080e11d6db1a9f, en de alinea staat in dat document op bytes 85365 tot 86411.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82c2fa3ac2695a6f57ff326489445862994e2d6ec2f0638afe080e11d6db1a9f | shasum -a 256