Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014
Alinea 209 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2702.
36. Het hof heeft het in het middel bedoelde verzoek zonder nadere motivering afgewezen op grond van het noodzaakcriterium. Uit hetgeen hiervoor onder 33 is opgenomen blijkt dat verzocht is de bedoelde deskundigen te horen teneinde hen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de bewijswaarde die aan de bloedsporen kan worden toegekend in de context van deze zaak en daarbij betrekkend de conclusies die de rechtbank aan die bloedsporen heeft verbonden. Nu de vraag welke bewijswaarde kan worden toegekend aan zich in het dossier bevindende informatie bij uitstek is voorbehouden aan de rechter, is het oordeel van het hof dat de noodzaak tot het horen van de betreffende deskundigen niet is gebleken niet onbegrijpelijk. Tot een nadere motivering was het hof, ook in het licht van ECLI:NL:HR:2014:1496, rov. 2.9 , niet gehouden. De aard van het onderwerp – de bewijswaarde van de onderzoeken naar de bloedsporen – en de indringendheid van de door de verdediging aangevoerde argumenten geven daartoe ook geen aanleiding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82c2fa3ac2695a6f57ff326489445862994e2d6ec2f0638afe080e11d6db1a9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82c2fa3ac2695a6f57ff326489445862994e2d6ec2f0638afe080e11d6db1a9f, en de alinea staat in dat document op bytes 88861 tot 89974.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82c2fa3ac2695a6f57ff326489445862994e2d6ec2f0638afe080e11d6db1a9f | shasum -a 256