Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014

Alinea 227 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2702.

132. Neem nogmaals de zaak van Anita (ECLI:NL:GHLEE:2012:BY7059 (bijlage 14)). Zij vindt na tien dagen het dode lichaam van haar echtgenoot in een kamer in hun huis. Haar verhaal wekt bevreemding en er ligt het één en ander wat haar kan linken aan de dood van haar man. Het hof acht dit echter niet voldoende en spreekt haar vrij. Wie het dan wel heeft gedaan laat het hof in het midden. Vast staat wel dat iemand het gedaan moet hebben en als het niet verdachte is geweest wie dan wel? Aanwijzingen in de richting van een ander zijn er niet. Toch staat dit het hof er niet aan in de weg verdachte vrij te spreken, ook al is er niet concreet een alternatief scenario:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82c2fa3ac2695a6f57ff326489445862994e2d6ec2f0638afe080e11d6db1a9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82c2fa3ac2695a6f57ff326489445862994e2d6ec2f0638afe080e11d6db1a9f, en de alinea staat in dat document op bytes 96151 tot 96833.