Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014
Alinea 235 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2702.
“Dit alles leidt tot de kernvraag of- mede met inachtneming van de kennelijke leugenachtige verklaringen van verdachte - onomstotelijk, althans met voldoende mate van zekerheid, kan worden vastgesteld dat [slachtoffer] ten gevolge van een door verdachte gepleegd misdrijf om het leven is gekomen. Na grondige en herhaalde afweging van al het voorgaande, ook in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. Gelet op het feit dat op grond van de forensische bevindingen slechts summiere aanwijzingen bestaan die er op duiden dat [slachtoffer] is overleden ten gevolge van een misdrijf, is het (overige] bewijs onvoldoende hard om onomstotelijk, althans buiten gerede twijfel, vast te kunnen stellen dat verdachte [slachtoffer] heeft verstikt of op een andere wijze om het leven heeft gebracht. De gang van zaken rondom het reanimeren en de (mogelijke) verplaatsing van het hoofd van [slachtoffer] daarbij wekt bevreemding, maar maakt dit niet anders".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82c2fa3ac2695a6f57ff326489445862994e2d6ec2f0638afe080e11d6db1a9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82c2fa3ac2695a6f57ff326489445862994e2d6ec2f0638afe080e11d6db1a9f, en de alinea staat in dat document op bytes 99848 tot 100933.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82c2fa3ac2695a6f57ff326489445862994e2d6ec2f0638afe080e11d6db1a9f | shasum -a 256