Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014

Onder 3.1 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2728.

Schending en/of verkeerde toepassing van het recht in het bijzonder artikel 16, lid 4 AWR en/of artikel 8:77 lid 1 letter b Awb althans verzuim van vormen, waarvan de niet-inachtneming de nietigheid ten gevolge moet hebben, doordat het Hof in 4.14 e.v. samengevat overweegt dat de Inspecteur de aanslagen Inkomstenbelasting/Premie volksverzekering 1995 en Vermogensbelasting 1996 met voldoende voortvarendheid heeft opgelegd, omdat de verstreken termijn kan worden aanvaard, zulks ten onrechte en/of onbegrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd nu blijkens de stukken van het geding de Inspecteur al bijna twee jaar voor het aanschrijven van belanghebbende over voldoende gegevens beschikte en volgens het Hof desondanks is geslaagd in de op hem rustende bewijslast dat er meer tijd dan noodzakelijk gemoeid is geweest met het voorbereiden en opleggen van de aanslagen omdat het handelen van de Inspecteur ex tunc moet worden beoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5, en de alinea staat in dat document op bytes 41623 tot 42573.