Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014
Onder 4.22 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2728.
In § 110 bevestigt het EHRM zijn leer dat de verkrijging van een bekentenis anders wordt behandeld dan die van ‘real evidence’. Het EHRM overweegt dat het verbod op zelfincriminatie voornamelijk ziet op het recht van een verdachte om te zwijgen en niet gedwongen te worden tot het afleggen van een verklaring. Het EHRM wijst er verder in § 111 op dat het in enkele gevallen aan het verbod op zelfincriminatie een ruimere betekenis heeft gegeven in zaken waar het betrof het onder dwang overhandigen van ‘real evidence’. In de zaken Funke en J.B. waren de omstandigheden van dien aard, dat ook de verkrijging van documenten onder de bescherming van art. 6 EVRM viel. Ik leid hieruit af dat EHRM nog steeds als uitgangspunt neemt dat ‘real evidence’ in beginsel onder dwang mag worden opgeëist van een verdachte/belastingplichtige. Uitzonderingen zijn echter mogelijk, zoals in de zaken Funke, J.B. en Jalloh.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5, en de alinea staat in dat document op bytes 71881 tot 72817.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5 | shasum -a 256