Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014

Onder 4.29 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2728.

Dat de vervolging pas vier jaar later startte, is niet beslissend, aangezien ten tijde van de beslissing van de rechtbank om de boete te handhaven het fraudeonderzoek al meer dan drie jaar liep. Vanaf dat moment hadden de beslissingen van de nationale rechters tot handhaving van de boetes tot gevolg dat zij de belanghebbende dwongen tot zelfincriminatie (§ 55). In § 56 merkt het EHRM op dat (pas) met ingang van 2008 de wet aldus is gewijzigd dat iemand ten aanzien van wie een fiscaal onderzoek wordt gehouden, waarborgen geniet waaronder deze dat informatie die hij verstrekt tijdens een zuiver fiscaal onderzoek, niet tegen hem zal worden gebruikt in een fraudeonderzoek. En anders dan in Allen v. UK heeft de belanghebbende niet vrijwillig bekend in de verwachting van strafvermindering (§ 57).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5, en de alinea staat in dat document op bytes 87102 tot 87983.