Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2728.
Voor zover sprake is van bewijsmateriaal waarvan het bestaan afhankelijk is van de wil van de belastingplichtige (hierna: wilsafhankelijk materiaal), geldt het volgende. Voorop staat dat de verkrijging van zodanig materiaal mag worden afgedwongen voor heffingsdoeleinden. Indien niet kan worden uitgesloten dat het materiaal tevens in verband met een “criminal charge” tegen de belastingplichtige zal worden gebruikt (vgl. EHRM 3 mei 2001, no. 31827/96, ECLI:NL:XX:2001:AN6999, NJ 2003/354 (J.B. tegen Zwitserland)), zullen de nationale autoriteiten moeten waarborgen dat de belastingplichtige zijn recht om niet mee te werken aan zelfincriminatie effectief kan uitoefenen. Aangezien hierop gerichte regelgeving in Nederland ontbreekt, dient de rechter in de vereiste waarborgen te voorzien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5, en de alinea staat in dat document op bytes 98375 tot 99184.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5 | shasum -a 256