Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014
Onder 4.46 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2728.
‘Indien zodanige mededeling achterwege is gebleven bij een verhoor in het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte ter zake van het aan hem tenlastegelegde feit, is sprake van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv. Dan komt toepassing van bewijsuitsluiting van het door dit verzuim verkregen bewijsmateriaal in aanmerking omdat een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift in aanzienlijke mate is geschonden, mede in aanmerking genomen dat de mededeling aan de verdachte dat hij niet verplicht is tot antwoorden, noodzakelijk is ter verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM. In dat geval is de ruimte beperkt om na afweging van de in het tweede lid van art. 359a Sv genoemde factoren af te zien van bewijsuitsluiting (vgl. HR 19 februari 2013, LJN BY5322, rov. 2.4.1-2.4.4). Van het afzien van bewijsuitsluiting kan slechts sprake zijn indien de rechter op gronden die rechtstreeks verband houden met de verklaring van de verdachte, de wijze waarop en de omstandigheden waaronder deze is verkregen, en/of de processuele houding van de verdachte en/of de raadsman dienaangaande tot het oordeel komt dat de verdachte door het achterwege blijven van die mededeling niet in zijn verdediging is geschaad (vgl. HR 20 januari 1981, LJN AC7103, NJ 1981/339).’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5, en de alinea staat in dat document op bytes 113549 tot 114939.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5 | shasum -a 256