Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014

Onder 4.15. Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2728.

In verband met het door het HvJ genoemde evenredigheidsbeginsel dat in acht moeten worden genomen bij het opleggen van een navorderingsaanslag met gebruikmaking van de termijn van artikel 16, lid 4, van de AWR op een tijdstip waarop de ten aanzien van binnenlandse tegoeden geldende vijfjaarstermijn van artikel 16, lid 3, van de AWR is verstreken, heeft de Hoge Raad regels geformuleerd (Hoge Raad, 26 februari 2010, nrs. 43050bis en 43670bis, ECLI:NL:HR:2010:BJ9092 en -BJ9120, BNB 2010/199 en 200). Op grond van deze regels moet, na het verkrijgen van aanwijzingen van het bestaan van de in het buitenland aangehouden spaartegoeden, het tijdsverloop worden aanvaard dat noodzakelijkerwijs is gemoeid met (i) het verkrijgen van de inlichtingen die nodig zijn voor het bepalen van de verschuldigde belasting, en tevens (ii) het met redelijke voortvarendheid voorbereiden en vaststellen van een navorderingsaanslag aan de hand van de gegevens die de inspecteur ter beschikking staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5, en de alinea staat in dat document op bytes 147099 tot 148095.