Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014

Onder 5.10 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2728.

(...) Daarnaast geeft Hof Den Bosch in de onderhavige uitspraak een opmerkelijk ‘voortvarendheidsoordeel’, maar dat is wellicht te wijten aan het feit dat de onderhavige uitspraak pas is gedaan ná verschijning van het arrest HR 28 maart 2014, NTFR 2014/1047. In dat arrest overweegt de Hoge Raad in een vergelijkbare BZN-procedure dat belastingautoriteiten weliswaar een zekere beoordelingsvrijheid hebben bij de organisatie en inrichting van hun werkzaamheden, maar dat die vrijheid niet onbegrensd is. Werkzaamheden mogen niet op een zodanige wijze worden georganiseerd en ingericht dat een voortvarende behandeling in de praktijk niet mogelijk is of uiterst moeilijk wordt gemaakt. In dat verband heeft belanghebbende aangevoerd dat het identificatie- en sofiëringsproces van 2.500 zwartspaarders onredelijk lang heeft geduurd, mede omdat in deze fase slechts één EDP-medewerker (deeltijds) op het project was gezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3dee8bfcc9e25b9bc28b784114a4ec9f09296e7ba0a534d40e9085faf4ef1c5, en de alinea staat in dat document op bytes 152646 tot 153587.