Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2739.

Het hof is van oordeel dat, zelfs al zou er sprake zijn geweest van de gestelde wederrechtelijke aanrandingen, er in de omstandigheden van dit geval geen noodzakelijke verdediging door de verdachte daartegen was geboden. Van de verdachte mocht en kon worden verwacht dat hij zich zou onttrekken aan zijn confrontatie met [verbalisant 1]. Dit is door de verdediging ook met zoveel woorden erkend. Waar dit voor de verdachte geldt, geldt dit eens te meer voor verdachtes moeder. Er was voor haar geen noodzaak om zich uit eigen beweging in het handgemeen te mengen. Zij had zich, ook zonder de hulp van de verdachte, afzijdig kunnen houden en buiten het strijdgewoel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d46fe4d1489e3eb206a7001a7ad87bdbb7cfad8607e55951379a6c75dae2ad6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d46fe4d1489e3eb206a7001a7ad87bdbb7cfad8607e55951379a6c75dae2ad6, en de alinea staat in dat document op bytes 10387 tot 11065.