Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 2014

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 25 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2808.

8. Mede gelet op het geringe verschil tussen de gevorderde en de toegewezen schadevergoeding ten aanzien van feit 2, heb ik mij afgevraagd of de Hoge Raad de zaak om doelmatigheidsredenen zelf kan afdoen. Dat zou het geval kunnen zijn als in de bestreden uitspraak als het – niet onbegrijpelijke – oordeel van het hof besloten ligt dat de vordering tot het ten aanzien van feit 2 gevorderde bedrag of tot een bepaald deel daarvan wordt toegewezen. Daartegen pleit dat in de overwegingen van het hof geen aanknopingspunt kan worden gevonden dat sprake is geweest van een fout in de berekening die de Hoge Raad kan herstellen. Zo is het hof niet ingegaan op de stelling van de verdediging, dat een deel van de telefoonkosten door de provider is voldaan. Het hof heeft bovendien overwogen dat de behandeling van de vordering “voor het overige” een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Ook deze overweging is moeilijk te duiden in een situatie waarin de verdachte voor feit 1 wordt vrijgesproken en ten aanzien van feit 2 een hoger bedrag aan schadevergoeding wordt toegewezen dan de benadeelde partij heeft gevorderd. Dat betekent dat de bestreden uitspraak naar mijn mening de Hoge Raad te weinig houvast biedt om de zaak om redenen van doelmatigheid zelf af te doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72dec8fb131440594c3d10db582825d542d55c25b67bd2f9d5ecff05b40f869d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72dec8fb131440594c3d10db582825d542d55c25b67bd2f9d5ecff05b40f869d, en de alinea staat in dat document op bytes 12230 tot 13598.