Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 2014
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 25 november 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2808.
11. De raadsman van de verdachte heeft tijdens de behandeling van de zaak in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde. Volgens de raadsman is “niet ondenkbaar” dat de vader van de verdachte het feit heeft gepleegd, omdat deze bekend staat als oplichter en wetenschap had van het bankrekeningnummer en het emailadres van de verdachte. In eerste aanleg is dit door de verdediging naar voren gebracht als “een goed mogelijk alternatief scenario”. Aldus is kennelijk beoogd een beroep te doen op een omstandigheid die met de inhoud van de door de rechter gebezigde bewijsmiddelen niet in strijd zou zijn, doch die - indien juist - onverenigbaar zou zijn met een bewezenverklaring. Een dergelijk uitdrukkelijk voorgedragen verweer heeft te gelden als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359, tweede lid, tweede volzin, Sv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72dec8fb131440594c3d10db582825d542d55c25b67bd2f9d5ecff05b40f869d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72dec8fb131440594c3d10db582825d542d55c25b67bd2f9d5ecff05b40f869d, en de alinea staat in dat document op bytes 14102 tot 15090.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72dec8fb131440594c3d10db582825d542d55c25b67bd2f9d5ecff05b40f869d | shasum -a 256