Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2014

Onder 2.9. Parket bij de Hoge Raad 14 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2813.

Het komt mij voor, dat in een geval als dit het best kan worden aangesloten bij de rechtspraak over gevallen waarin een geneeskundige verklaring is overgelegd waaraan een of meer (formele of materiële) gebreken kleven . Het overleggen van een gebrekkige verklaring leidt niet noodzakelijk tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in zijn inleidende verzoek. In zulke gevallen kan de rechtbank gebruik maken van haar bevoegdheid ingevolge art. 8 lid 4 Wet Bopz om de rapporterende, niet bij de behandeling betrokken psychiater ter zitting te horen. De rechtbank kan het gebrek door de psychiater laten herstellen. In een geval waarin (niet sprake is van een ‘gebrek’, maar) de rechtbank van oordeel is dat om veiligheidsredenen in redelijkheid niet van de psychiater kan worden verwacht dat deze de patiënt op locatie bezoekt en de patiënt zelf niet naar de psychiater toekomt, zou de volgende procedure kunnen worden gevolgd. De niet bij de behandeling betrokken psychiater brengt aan de hand van het medisch dossier en van inlichtingen van anderen een rapport uit, dat door de officier van justitie bij het verzoekschrift tot het verlenen van een (voorlopige) machtiging wordt gevoegd. Vervolgens hoort de rechter de betrokken persoon op de voet van art. 8 Wet Bopz in het bijzijn van de niet bij de behandeling betrokken psychiater die het rapport heeft uitgebracht. Vanzelfsprekend kan de rechtbank ook kiezen voor benoeming van een andere, niet bij de behandeling betrokken psychiater als deskundige. De psychiater is dan bij de mondelinge behandeling door de rechtbank aanwezig en kan, waar nodig, profiteren van de politiebegeleiding en andere veiligheidsmaatregelen die in het kader van de zitting worden genomen. De psychiater kan met de patiënt spreken en deze observeren. Vervolgens kan de psychiater mondeling rapporteren aan de rechtbank. De setting van een mondelinge behandeling door de rechtbank, waarbij een betrekkelijk groot aantal personen aanwezig is, is niet ideaal voor een psychiatrisch onderzoek met gesprek en observatie: er is slechts een beperkte tijd beschikbaar; de betrokken patiënt kan gespannen zijn of worden afgeleid door de andere aanwezigen en door hetgeen in een Bopz-zitting nog meer is gezegd of aan de orde zal komen. Het beeld dat de psychiater zich van de patiënt vormt kan hierdoor worden beïnvloed en minder representatief zijn dan wanneer het gesprek en de observatie in een rustiger omgeving op een rustiger moment plaatsvinden. Daartegenover staat dat langs deze weg twee grondrechten tegelijk kunnen worden beschermd: enerzijds het recht van de betrokkene te worden beschermd tegen een willekeurige vrijheidsbeneming (art. 5 EVRM), anderzijds het recht van de arts te worden beschermd tegen agressie (art. 2 EVRM; art. 11 Grondwet).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80937cfd81569d0d2043e244ae1c8dc8aa196f77b4a3cc2d601e7b09a80bbd7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80937cfd81569d0d2043e244ae1c8dc8aa196f77b4a3cc2d601e7b09a80bbd7f, en de alinea staat in dat document op bytes 16383 tot 19305.