Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014

Alinea 262 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2836.

“Ook kan sprake zijn van deelneming door een nalaten indien, om bij het voorbeeld van art. 68 AWR te blijven, vanwege de organisatie in strijd met de belastingwet opzettelijk onjuiste gegevens of inlichtingen worden verstrekt (en feitelijk dus wel wordt gehandeld in die zin dat opgave wordt gedaan) en door een leidinggevend functionaris de juiste gegevens welbewust worden achtergehouden. In dat geval kan eveneens gesproken worden van het hebben van een aandeel in, dan wel het ondersteunen van de verwezenlijking van het misdadig oogmerk. Naar mijn mening zal ook dan van deelneming door een nalaten sprake kunnen zijn indien degene die een bepaalde rol, een bepaalde functie vervult binnen de organisatie en op grond van die functie daartoe bevoegd en gehouden, desondanks het nemen van maatregelen ter voorkoming van gedragingen die strekken tot de verwezenlijking van het oogmerk achterwege laat, waarmee bewust de aanmerkelijke kans wordt aanvaard dat deze gedragingen zich zullen voordoen. Hiermee is aansluiting gezocht bij het ‘Slavenburgcriterium’ ten aanzien van het daderschap van feitelijke leidinggevers op grond van art. 51 Sr.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2df99512b174c73482b9ae8a45664d9f8675df5dcc6331ce7b90e3c913e795a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2df99512b174c73482b9ae8a45664d9f8675df5dcc6331ce7b90e3c913e795a, en de alinea staat in dat document op bytes 97643 tot 98810.