Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014
Onder 3.11. Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2838.
het moment van het doen van aangifte. In het kader van de voorwaardelijke opzet zou dan bewezen dienen te worden dat er een aanmerkelijk kans was dat de aangifte onjuist was, [verdachte] wist van die aanmerkelijke kans en tenslotte dat hij daarop zijn de wil heeft gehad. Het tijdstip van kennisneming en de wil is ook nog van belang. Op het moment dat achteraf kennis werd genomen van het bedrag aan te suppleren omzetbelasting, kan niet alsnog worden aangenomen dat cliënt zijn wil daarop had ten tijde van het indienen van de aangiften.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0, en de alinea staat in dat document op bytes 25484 tot 26038.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0 | shasum -a 256