Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014

Onder 3.14. Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2838.

Verwezen zij in dit kader ook naar het arrest van de Hoge Raad van 4 september 2007 (nr. 01492/06, LJN: BA5810). In dat arrest werd overwogen dat het de rechter die over de feiten oordeelt, vrijstaat betekenis toe te kennen aan een zich later voordoende omstandigheid, in dat geval het aan de fiscus overleggen van een accountantsrapport, waaruit blijkt dat door verdachte nog een bepaald bedrag aan omzetbelasting diende te worden voldaan. De 'openheid' die werd geëtaleerd door de verdachte was voor de rechter een aanwijzing dat de eerder ingediende aangiften niet opzettelijk onjuist werden gedaan. Het enkele feit dat een aangifte - naar later door de verdachte wordt erkend - onjuist of onvolledig is, brengt nog niet mee dat de verdachte daarop van meet af aan opzet heeft gehad. In het onderhavige geval is een vergelijkbaar geval aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0, en de alinea staat in dat document op bytes 26878 tot 27743.