Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014
Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2838.
20. Het enkele feit dat een belastingaangifte “onjuist of onvolledig” is gedaan – welk zinsdeel als één bestanddeel valt aan te merken -, levert op zichzelf nog geen strafbare overtreding van art. 69, tweede lid, AWR op. Een dergelijke aangifte moet ingevolge deze bepaling immers “opzettelijk” zijn gedaan. Onder dit bestanddeel is het voorwaardelijk opzet begrepen. Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van voorwaardelijk opzet zal, indien de verklaringen van de verdachte en/of bijvoorbeeld eventuele getuigenverklaringen geen inzicht geven omtrent hetgeen ten tijde van de gedraging in de verdachte is omgegaan, afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard, aldus 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9049, NJ 2003/552 (HIV-1 arrest) m.nt. Buruma. Voor toepassing van art. 69, tweede lid, AWR kunnen naast de aangifte zelf ook administratie of andere schriftelijke stukken relevant zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0, en de alinea staat in dat document op bytes 34256 tot 35706.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0 | shasum -a 256