Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2838.
“Anders dan het middel (van de Advocaat-Generaal bij het Hof, AG) betoogt, gaf het Hof daarmee niet blijk van een verkeerde opvatting van het begrip opzet in art. 69, tweede lid, AWR en is dat oordeel ook niet onbegrijpelijk. Het staat aan de rechter die over de feiten oordeelt vrij daarbij betekenis toe te kennen aan een zich later voordoende omstandigheid, in dit geval het aan de fiscus overleggen van een accountantsrapport waaruit blijkt dat "door verdachte over 1998 nog een bedrag van fl. 38.024,- aan omzetbelasting diende te worden voldaan". Immers, het enkele feit dat een aangifte - naar later door de verdachte wordt erkend - onjuist of onvolledig is, brengt nog niet mee dat de verdachte daarop van meet af aan opzet heeft gehad. Het in het middel bedoelde strekkingsvereiste maakt dit niet anders. Voor het overige berust het oordeel van het Hof op de aan hem voorbehouden selectie en waardering van het voorhanden bewijsmateriaal.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0, en de alinea staat in dat document op bytes 40754 tot 41721.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0 | shasum -a 256