Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2838.
26. Ik meen dat uit het voorgaande volgt dat ’s Hofs, hierboven onder 19 aangehaalde, motivering van de verwerping van het verweer van de verdediging en zijn daarop berustende oordeel dat bij verzoeker als (directeur en) feitelijk leidinggever van [A] BV sprake is van voorwaardelijk opzet met betrekking tot het onjuist of onvolledig doen van de belastingaangiften , niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigen, niet onbegrijpelijk zijn en toereikend zijn gemotiveerd. Het Hof heeft immers, in navolging van de desbetreffende overwegingen van de Rechtbank, tot uitdrukking gebracht dat:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0, en de alinea staat in dat document op bytes 44440 tot 45108.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aba5282d052dd29e1a15062f8d877e9d3f4aad9353267c632a0d92126ff69ff0 | shasum -a 256