Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014
Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:287.
Uit de parlementaire geschiedenis bij de wijziging van het enquêterecht per 1 januari 2013 blijkt dat de kritiek in de literatuur betreffende de aan de onderzoeker toekomende vrijheid (ten dele) gehoor heeft gekregen . De minister van Veiligheid en Justitie heeft daarin onvoldoende aanleiding gezien het onderzoek gedetailleerd te regelen, maar heeft wel de toepassing van hoor en wederhoor gestalte gegeven door in het nieuwe artikel 2:351 lid 4 te bepalen dat de onderzoekers degenen die in het onderzoeksverslag worden genoemd in de gelegenheid moet stellen om kennis te nemen van wezenlijke bevindingen in het (ontwerp)verslag die op die personen betrekking hebben. De memorie van toelichting zegt daarover het volgende :
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6337e936d8516b5db6f351fc57142f498c59b75d052b83883525c2f1b9a4d3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6337e936d8516b5db6f351fc57142f498c59b75d052b83883525c2f1b9a4d3b, en de alinea staat in dat document op bytes 42865 tot 43731.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d6337e936d8516b5db6f351fc57142f498c59b75d052b83883525c2f1b9a4d3b | shasum -a 256