Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014

Onder 10.4 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:287.

Volgens de toelichting bij de richtlijnen is niet elke mondelinge communicatie tussen de onderzoeker en een ander over het onderzoek als een gesprek in de zin van § 10.3 en 10.4 te verstaan, maar gaat het om gesprekken die een zekere zelfstandige betekenis voor het onderzoek hebben, bijvoorbeeld omdat de onderzoeker aan (een deel van) het gesprek een belangrijke stelling voor het [onderzoeks]verslag (toev. W-vG) ontleent. Criterium bij het optreden van de onderzoeker is het vinden van een juist evenwicht tussen het belang van een voortvarend onderzoek en de belangen van degenen met wie gesprekken worden gevoerd. Redelijke verzoeken van deze personen, die het onderzoek niet in de weg staan, dient de onderzoeker, aldus de toelichting, in beginsel te honoreren, bijvoorbeeld: voorafgaande informatie over het gesprek (onderwerp op hoofdlijnen, geschatte duur, aanwezige personen); verzoeken om zelf notulen te houden, om het gesprek wegens gegronde redenen uit te stellen of te onderbreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6337e936d8516b5db6f351fc57142f498c59b75d052b83883525c2f1b9a4d3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6337e936d8516b5db6f351fc57142f498c59b75d052b83883525c2f1b9a4d3b, en de alinea staat in dat document op bytes 47746 tot 48758.