Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:291.
Ik denk dat het hof in rov. 4.8.2 heeft beoogd art. 6:272 BW toe te passen, alhoewel de overweging ook handvatten biedt voor een andere opvatting. Zie daartoe de rov. 4.8.1, eerste volzin, met de verwijzing naar rov. 4.3, waaruit blijkt dat Habitura met grief VIII “de waarde vordert van haar niet meer ongedaan te maken prestatie, inhoudend dat zij de landgoedontwikkeling mogelijk heeft gemaakt zoals overeengekomen”. In rov. 4.8.3 wordt voorts in verband met de verwerping van het beroep van [eiser] op overmacht door het hof overwogen dat "er niets is gesteld en gebleken waaruit kan worden geconcludeerd dat [eiser] niet in staat zou zijn deze ongedaanmakingsverplichting na te komen (…).” Een en ander wijst op toepassing van art. 6:272 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b17feacd6e642ab73f7f39acc00a261b69a53c71396c7f0131a2301c2766aeb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b17feacd6e642ab73f7f39acc00a261b69a53c71396c7f0131a2301c2766aeb4, en de alinea staat in dat document op bytes 33796 tot 34628.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b17feacd6e642ab73f7f39acc00a261b69a53c71396c7f0131a2301c2766aeb4 | shasum -a 256