Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:291.

Door gebruik te maken van de uitkoopbevoegdheid ontneemt [eiser] aan Habitura haar kans op winst en daarin wordt kennelijk door het beding voorzien door een op € 200.000,- gefixeerde vergoeding voor haar positief contractsbelang. Wanneer Habitura jegens [eiser] tekortschiet en deze daarom de overeenkomst op de voet van art. 6:265 BW ontbindt, verspeelt Habitura volgens de wet haar aanspraak op wederzijdse nakoming en dus ook haar uitzicht op winst uit het project c.q. haar positieve contractsbelang. Het feit dat men voor de ene situatie een voorziening heeft getroffen, impliceert dan ook niet dat die ook voor een situatie als de onderhavige passend zou zijn. Dat van een dergelijke partijbedoeling sprake is, heeft het hof m.i. niet in rov. 4.8.2. vastgesteld. Het hof lijkt een en ander zelfstandig af te leiden uit de eisen van redelijkheid en billijkheid in het licht van de bedoelde gelijkenis tussen de twee situaties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b17feacd6e642ab73f7f39acc00a261b69a53c71396c7f0131a2301c2766aeb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b17feacd6e642ab73f7f39acc00a261b69a53c71396c7f0131a2301c2766aeb4, en de alinea staat in dat document op bytes 38666 tot 39682.