Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014
Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:291.
Dat verandert niet wanneer men art. 6:272 BW daar nader bij betrekt. Inderdaad is denkbaar dat de waardevergoeding van een niet meer ongedaan te maken prestatie op de voet van art. 6:272 lid 1 BW de facto neerkomt op wederzijdse uitvoering van de overeenkomst, namelijk wanneer deze waarde wordt bepaald op de tegenprestatie. Een dergelijke redenering past echter vooral wanneer het gaat om de niet meer ongedaan te maken prestatie van de partij die zelf de overeenkomst heeft ontbonden wegens tekortschieten van haar wederpartij. De overeenkomst is echter niet ontbonden op grond van een tekortkoming van [eiser] (in welk geval Habitura ook op de voet van art. 6:74 BW aanspraak kon maken op vergoeding van haar positief contractsbelang), maar op grond van een tekortkoming van Habitura.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b17feacd6e642ab73f7f39acc00a261b69a53c71396c7f0131a2301c2766aeb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b17feacd6e642ab73f7f39acc00a261b69a53c71396c7f0131a2301c2766aeb4, en de alinea staat in dat document op bytes 41505 tot 42306.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b17feacd6e642ab73f7f39acc00a261b69a53c71396c7f0131a2301c2766aeb4 | shasum -a 256