Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014

Onder 3.26 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:295.

Subonderdeel 4.b klaagt dat hetgeen in subonderdeel 4.a is aangevoerd, temeer geldt nu, zoals het hof in rov. 4.4.5.3 zelf tot uitgangspunt heeft genomen, toewijzing van de gevorderde voorziening met zich brengt dat CZ het vergoedingsprecentage van 75 ook zal moeten hanteren voor verzekerden die bij andere niet-gecontracteerde zorgaanbieders dan Momentum tweedelijns GGZ hebben (of nog zullen) ontvangen. Met betrekking tot zorg die naturaverzekerden bij die andere niet-gecontracteerde zorgaanbieders ontvangen, valt volgens het subonderdeel eens te minder in te zien - en het hof heeft dat ook niet vastgesteld - dat ieder lager vergoedingspercentage dan 75 een feitelijke hinderpaal voor het inroepen van zorg bij een niet-gecontracteerde zorgaanbieder zou opleveren. Daarom heeft het hof van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven, althans zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/546ea7e868c76c382d9ebdf60eb7c630ab3c228f257d34be763217fe1a0cec93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 546ea7e868c76c382d9ebdf60eb7c630ab3c228f257d34be763217fe1a0cec93, en de alinea staat in dat document op bytes 158805 tot 159750.