Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014
Onder 3.34 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:295.
In de onderhavige kortgedingprocedure is het stellen van prejudiciële vragen, ook voor de Hoge Raad, niet verplicht. Bovendien zie ik, alhoewel het Unierecht op de achtergrond een rol speelt, voor het stellen van prejudiciële vragen geen aanleiding. Naar de kern genomen betreft het geschil de uitleg van art. 13 lid 1 Zvw, waartoe het HvJ EG/EU überhaupt niet bevoegd is. Daarbij is mede (maar niet primair) aan de orde of uit het arrest Müller-Fauré een hinderpaalcriterium zoals door het hof bedoeld voortvloeit. Dat dit niet zo is, is naar mijn mening een acte clair , die geen prejudiciële verwijzing behoeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/546ea7e868c76c382d9ebdf60eb7c630ab3c228f257d34be763217fe1a0cec93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 546ea7e868c76c382d9ebdf60eb7c630ab3c228f257d34be763217fe1a0cec93, en de alinea staat in dat document op bytes 164984 tot 165686.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/546ea7e868c76c382d9ebdf60eb7c630ab3c228f257d34be763217fe1a0cec93 | shasum -a 256