Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014

Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:299.

Bij tussenvonnis van 2 september 2009 oordeelt de rechtbank dat met de overeenstemming op 9 of 11 november 2007 over alleen de prijs en de leveringsdatum in beginsel nog niet over alle van belang zijnde essentialia van de koopovereenkomst overeenstemming is bereikt. Ook is van belang dat van de tussen partijen bereikte wilsovereenstemming ook de haalbaarheid van het door [verweerder] voorgenomen gebruik van het pand als bedrijfsruimte deel is gaan uitmaken. Maar indien juist is de stelling van [eisers] dat [verweerder] tijdens de besprekingen in november 2007 niet het voorbehoud heeft gemaakt dat eventuele exploitatie- en andere vergunningen door de gemeente zouden worden verleend, dan hebben [eisers] mogen begrijpen dat [verweerder] hun aanbod tot verkoop van het pand aan hem heeft aanvaard. Het bewijs van die door [verweerder] betwiste stelling is door [eisers] te leveren. De rechtbank draagt hen op dat bewijs te leveren en tekent daarbij aan dat, indien het bewijs wordt geleverd, dan geconcludeerd kan worden dat tijdens de eerste of tweede bespreking een koopovereenkomst tot stand is gekomen. ( )

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f897f2f7f5c7ceb3cccda9ea394139a7738dee4a1d21aa7708b29919ad0b8b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f897f2f7f5c7ceb3cccda9ea394139a7738dee4a1d21aa7708b29919ad0b8b5, en de alinea staat in dat document op bytes 12941 tot 14199.