Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:299.
Kennisneming van de in memorie van grieven opgenomen grief I en de daarbij behorende toelichting leert het volgende. Let men alleen op de formulering van de grief zelf dan laat die grief zich zo verstaan dat daarin erover wordt geklaagd dat de rechtbank, ook wanneer [verweerder] tijdens de eerste of tweede bespreking in november 2007 niet een voorbehoud zou hebben gemaakt dat eventuele exploitatie- en andere vergunningen door de gemeente zouden worden verleend, ten onrechte aan dat enkele feit al de conclusie heeft verbonden dat [eisers] dan de verklaringen van [verweerder] aldus hebben mogen begrijpen dat hij hun aanbod aanvaardde en dat er dan tijdens deze eerste of tweede bespreking een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Deze formulering sluit als zodanig niet uit om grief I zo op te vatten dat, ook indien [verweerder] tijdens de eerste of tweede bespreking in november 2007 niet een voorbehoud zou hebben gemaakt dat eventuele exploitatie- en andere vergunningen door de gemeente zouden worden verleend, er dan toch nog geen aanleiding is om uit te gaan van het tot stand gekomen zijn van een overeenkomst omdat [eisers] de verklaringen van [verweerder] aldus hebben mogen begrijpen dat hij een aanbod van hen aanvaardde. Er is inderdaad geen aanleiding om uit te gaan van het tot stand gekomen zijn van een overeenkomst, indien zich niet de situatie heeft voorgedaan dat [eisers] de verklaringen van [verweerder] niet aldus hebben mogen begrijpen dat hij een aanbod van hen aanvaardde, maar de situatie dat [eisers] aan [verweerder] tijdens genoemde twee besprekingen niet meer dan een uitnodiging hebben gedaan om in onderhandeling te treden over de koop van het pand. Aan deze laatste situatie wordt echter in de grief zelf niet gerefereerd. Dat is evenwel niet beslissend te achten. Een referte aan die situatie in de toelichting op de grief zou daartoe ook volstaan. Maar in de toelichting wordt niet één maal gerept van een tijdens de twee besprekingen in november 2007 door [eisers] aan [verweerder] gedane uitnodiging om in onderhandeling te treden over de koop van het pand van [eisers] Beziet men met name de §§ 24, 26, 30, 35, 37 en 40 van de toelichting in onderling verband, dan moet men concluderen dat grief I wordt toegelicht vanuit de invalshoek dat er in november 2007 tussen [eisers] en [verweerder] afspraken zijn gemaakt over de koop van het pand door [verweerder] onder voorwaarden, met name onder de opschortende voorwaarde dat spoedig duidelijk zou worden dat [A] in het te kopen pand haar bedrijf zou kunnen voortzetten. Daarmee wordt aangehaakt bij het subsidiaire verweer in de conclusie van antwoord in eerste aanleg dat, voor het geval er sprake was van wilsovereenstemming, die wilsovereenstemming gebonden was aan de opschortende voorwaarde van het verkrijgen van de benodigde vergunningen. Uit de bespreking van grief I van de zijde van [eisers] bij pleidooi in appel blijkt dat van die zijde grief I ook in die zin is opgevat. Dat blijkt nog het duidelijkste uit hetgeen in § 87 wordt opgemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f897f2f7f5c7ceb3cccda9ea394139a7738dee4a1d21aa7708b29919ad0b8b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f897f2f7f5c7ceb3cccda9ea394139a7738dee4a1d21aa7708b29919ad0b8b5, en de alinea staat in dat document op bytes 19782 tot 22850.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f897f2f7f5c7ceb3cccda9ea394139a7738dee4a1d21aa7708b29919ad0b8b5 | shasum -a 256