Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014
Onder 6.6. Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:306.
In het gevoerde verweer wordt geen scherp onderscheid gemaakt tussen de vraag of de gehanteerde verhoormethode toelaatbaar is en de vraag of de wijze van verhoren in dit geval tot een valse bekentenis heeft geleid. Bij de bespreking van het middel gaat het alleen om de eerste vraag. De tweede vraag zou betrokken kunnen worden bij de middelen die zien op de betrouwbaarheid van de bekentenis. Ik merk daarbij echter op dat de stelling van de verdediging dat de verdachte bekende omdat zij haar vriend [betrokkene 1] uit de gevangenis wilde houden, op gespannen voet staat met de stelling dat de wijze van verhoren tot een valse bekentenis heeft geleid. Dat oorzakelijk verband lijkt mij kwestieus als de bekentenis berust op de bewuste keuze van de verdachte om alle schuld op zich te nemen. Tegelijk echter geldt dat het eventuele ontbreken van een oorzakelijk verband geen reden oplevert om het middel ongegrond te achten. De vraag of de methode toelaatbaar is, staat immers los van de vraag wat het effect van die methode is geweest in het concrete geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6413755563b284eb95641f519c24c89ff0d696b902d3a023867986cb09248eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6413755563b284eb95641f519c24c89ff0d696b902d3a023867986cb09248eb, en de alinea staat in dat document op bytes 58156 tot 59229.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6413755563b284eb95641f519c24c89ff0d696b902d3a023867986cb09248eb | shasum -a 256