Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:3085.

6. Uit de toelichting op het middel volgt dat de betrokkene niet zozeer opkomt tegen de berekening van het uit de bewezen verklaarde feiten gegenereerde voordeel als zodanig, als wel tegen de vaststelling van het hof dat de betrokkene voordeel heeft genoten en tegen het oordeel van het hof dat de betrokkene hoofdelijk aansprakelijk is voor het totale bedrag aan het verkregen voordeel. Daartoe wordt in de toelichting op het middel, onder verwijzing naar HR 30 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3721, aangevoerd dat bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan dient te worden van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. Indien er verschillende daders zijn en de omvang van het voordeel van elk van die daders niet aanstonds is vast te stellen, zal de rechter op basis van alle hem bekende omstandigheden van het geval moeten bepalen welk deel van het totale voordeel aan ieder van hen moet worden toegerekend, waarbij in het geval er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor een andere toerekening, dit ertoe kan leiden dat het voordeel pondspondsgewijs wordt toegerekend. Nu niet blijkt dat pondpondsgewijze verdeling van het voordeel over de daders tot een onredelijke bevoordeling zou leiden, had het hof niet van hoofdelijke aansprakelijkheid kunnen uitgaan, aldus de steller van het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d877e2283ba74718793fbc05e39a248c0d70c257961f9b3f638e01dbafbed0d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d877e2283ba74718793fbc05e39a248c0d70c257961f9b3f638e01dbafbed0d6, en de alinea staat in dat document op bytes 22861 tot 24306.