Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014
Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:3085.
De hoofdelijke aansprakelijkheid houdt in dat de rechter kan bepalen dat wanneer een van de veroordeelden de gehele betalingsverplichting heeft voldaan, de ander of anderen van die verplichting zijn bevrijd. De toegevoegde waarde daarvan is vooral gelegen in de verwachting dat hoofdelijke aansprakelijkheid bewerkstelligt dat veroordeelden sneller inzicht zullen geven in de wijze waarop de criminele opbrengsten zijn verdeeld. Maar ook in de fase van de tenuitvoerlegging van de ontnemingsmaatregel zal van deze constructie kunnen worden geprofiteerd. Wanneer immers een van de mededaders de gehele uit de maatregel voortvloeiende betalingsverplichting heeft voldaan, behoeven er vanuit de Staat geen nadere op de executie gerichte handelingen meer te worden verricht. Dit komt een efficiënte tenuitvoerlegging ten goede. De aanvulling van het wetsvoorstel door het amendement-Van Haersma Buma en Teeven – waarmee in wezen hetzelfde wordt geregeld als hetgeen het initiatiefvoorstel beoogde – kan derhalve de ontnemingspraktijk goede diensten bewijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d877e2283ba74718793fbc05e39a248c0d70c257961f9b3f638e01dbafbed0d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d877e2283ba74718793fbc05e39a248c0d70c257961f9b3f638e01dbafbed0d6, en de alinea staat in dat document op bytes 31849 tot 32922.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d877e2283ba74718793fbc05e39a248c0d70c257961f9b3f638e01dbafbed0d6 | shasum -a 256