Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014

Onder 8. Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:316.

Uit het proces-verbaal van de zitting in hoger beroep van 20 januari 2012 volgt dat de advocaat-generaal het doorzenden van het emailbericht beschouwde als “transparant” en “noodzakelijk handelen” omdat de zaak al wat ouder was, de officier van justitie meer zaken onder handen heeft gehad en aan de hand van het emailbericht kon weten waarover het getuigenverhoor ging en stukken kon meenemen. Het hof heeft de doorzending beschouwd als onzorgvuldig en een “ietwat naïeve reactie” van de advocaat-generaal teneinde de officier van justitie te informeren over het onderwerp van het getuigenverhoor. Het hof heeft het doorzenden van het emailbericht aan de getuige als onzorgvuldig aan kunnen merken. De vraagstelling van de raadsman kan de getuige inzicht geven in de strategie van de verdediging en invloed hebben op de onbevangenheid waarmee de getuige het getuigenverhoor tegemoet treedt. Doorzending van de vraagstelling aan de getuige is om die reden bepaald onwenselijk. Dat neemt niet weg dat de uitleg van de advocaat-generaal niet wijst op handelen waarmee doelbewust een getuige wordt getracht te beïnvloeden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08, en de alinea staat in dat document op bytes 9973 tot 11120.