Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:316.
De raadsman van verdachte heeft primair verzocht het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren omdat er sprake is van onrechtmatige opsporing. De doorzoeking van de [A] heeft plaatsgevonden op grond van de controlebevoegdheid van artikel 1:26 Algemene Douanewet, terwijl er in feite sprake was van een redelijk vermoeden van schuld als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering, zodat de doorzoeking slechts had mogen plaatsvinden met de toepasselijke strafvorderlijke waarborgen. Door niet op te treden op basis van de in artikel 9 van de Opiumwet bedoelde bevoegdheid, maar op grond van artikel 1:26 Algemene Douanewet is er sprake van misbruik van een controlebevoegdheid. Deze gang van zaken levert een vormverzuim op als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, welk verzuim niet meer kan worden hersteld, nu de onrechtmatige doorzoeking op de [A] heeft geleid tot de latere, voor het
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08, en de alinea staat in dat document op bytes 14299 tot 15244.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08 | shasum -a 256