Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:316.
Ingevolge het arrest van de Hoge Raad 1 juni 1999, NJ 1999, 567 ("Karman") kan bij hoge uitzondering, ook indien geen verwijtbaarheid bestaat en verdachte niet daadwerkelijk in zijn belangen is getroffen, plaats zijn voor niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Daarvan is sprake, indien ernstige schending is vastgesteld van een zo fundamenteel beginsel van een behoorlijke procesorde, dat daarmee het wettelijk systeem in zijn kern wordt geraakt. Dat hiervan alleen bij hoge uitzondering sprake is en deze (extra) grond voor niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie terughoudend dient te worden toegepast volgt uit opvolgende rechtspraak, ondermeer in Hoge Raad 3 juli 2001, NJ 2002, 8 en Hoge Raad 14 januari 2003, NJ 2003, 288.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08, en de alinea staat in dat document op bytes 17138 tot 17902.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08 | shasum -a 256