Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:316.

Uit het voorgaande blijkt naar het oordeel van het hof dat bij de douaneambtenaren op het moment dat zij de [B] zagen geen verdenking in strafvorderlijke zin bestond. Zij hebben op grond van de door hen genoemde omstandigheden een controle uitgevoerd. Pas toen tijdens de controle bleek dat er daadwerkelijk verdovende middelen aan boord van de [B] waren, is er een redelijk vermoeden van schuld aan overtreding van de Opiumwet ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08, en de alinea staat in dat document op bytes 32103 tot 32553.