Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014

Onder 21. Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:316.

Bij de beoordeling van het middel moet het volgende voorop worden gesteld. Art. 359a Sv is volgens vaste rechtspraak slechts van toepassing als het gaat om vormverzuimen die hebben plaatsgevonden in het kader van het voorbereidend onderzoek van het in de desbetreffende zaak ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit. Ten aanzien van verschillende vormen van controleonderzoek is geoordeeld dat dit niet kan worden gerekend tot het voorbereidend onderzoek in de zin van art. 359a, eerste lid, Sv. Een uitzondering hierop vormt de zaak waarin bewijsuitsluiting in een geval waarin het ging om een onrechtmatige lijfsvisitatie in de zin van art. 17 Douanewet in het kader van de 100% controle op Schiphol wel rechtstreeks werd gegrond op art. 359a Sv, hoewel het optreden niet had plaatsgevonden in het kader van het voorbereidend onderzoek. Daarbij ging het om de situatie waarin een belangrijk rechtsbeginsel in aanzienlijke mate was geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08, en de alinea staat in dat document op bytes 43069 tot 44286.